Home

Advertisement

Customize
ingridairam
14 December 2009 @ 10:26 pm


“If tomorrow never comes”. Als morgen niet meer komt, weten de mensen om je heen dan wel wat ze voor je betekent hebben? We leven in zo’n haastige tijd, hebben zo’n drukke agenda, zijn zo individueel, dat sociale contacten soms wat ondergesneeuwd dreigen te worden. Ja, sociale wezens zijn we ook weer wel, en we doen genoeg leuke dingen met andere mensen. Maar hoe vaak zeggen we nog tegen familie of vrienden wat ze voor ons betekenen? Hoe vaak zeggen we dat we blij zijn dat ze er zijn? Hoe vaak spreek je je waardering uit? Maar ook: hoeveel oog hebben we echt voor onze medemens? Lopen we de arme zwerver die op de straat om geld bedelt met opgetrokken neus voorbij? Denken we aan en bidden we voor degenen die dat nodig hebben? Gaan we eens op bezoek bij iemand waarvan we weten dat diegene dat eigenlijk best wel kan gebruiken?

We zijn alweer over de helft met de Adventstijd. Nog maar anderhalve week tot Kerstmis. Niet alleen herdenken (en vieren) we dan dat Christus geboren werd, maar tevens staan we stil bij zijn wederkomst. De weken voorafgaand worden dus gebruikt om extra stil te staan hierbij. Ooit zal Hij wederkomen, maar wanneer..daar is de Bijbel duidelijk over. Meerdere malen worden dingen gezegd in de trant van: “Het komt u niet toe dag en uur te kennen waarop de Mensenzoon terug komt.”

Wanneer Hij wederkomt weten wij niet, en dus moeten we eigenlijk ons hele leven waakzaam zijn, het goede proberen te doen. We kunnen moeilijk zeggen als Hij terugkomt: “ja sorry, maar ik had het nu te druk, als U nou een paar dagen/weken/maanden/jaren gewacht had...”. (Zie ook mijn post van vorig jaar: Gedachten bij de Advent.) Naastenliefde is een van de voornaamste geboden. Eentje waarvan we heel hard roepen dat we moeten hebben en niet uit het oog mogen verliezen, maar ook eentje die in deze samenleving steeds verder op de achtergrond raakt. Zijn we nog wel bereid om iets van onszelf op te geven om er voor onze medemens te zijn? En als we daartoe al bereid zijn, zijn we dan bereid dat te doen ook in tijden dat we het allemaal zo ontzettend druk lijken te hebben? Of stellen we het steeds uit tot een moment dat het mogelijk wat rustiger is?

Nog anderhalve week tot Kerst. Niet veel tijd, maar toch tijd om na te denken over hoe wij tegenover onze medemens staan, wat we goed gedaan hebben en waar we steken hebben laten vallen, zowel in doen als in laten. Anderhalve week om hier eens extra bij stil te staan, en mogelijk ook om met een schone lei te beginnen, om zuiver te zijn om het feest van Zijn geboorte te vieren.
 
 
ingridairam
07 December 2009 @ 10:42 pm
Een weekje geleden vroeg iemand me waarom ik geneeskunde ben gaan studeren. Dat antwoord is niet zo moeilijk te geven voor mij: het is machtig interessant, contact met mensen, mensen kunnen helpen op verschillende manieren, en ik zou simpelweg niet weten wat ik anders zou moeten doen. Geen vuiltje aan de lucht zou je denken.

Vanochtend begonnen met m'n co-schap chirugie, na vier weken orthopedie. Bij de eerste OK al een vragenvuur van hier tot weet ik het waar van de chirurg waar ik mee meeliep. Dingen die ik zou moeten weten, en voor een deel ook geweten heb, maar waar ik op dat moment voor een groot deel geen antwoord op had of er erg lang over na moest denken. Niet dat het op zich vervelend is dat ik vragen gesteld krijg, in tegendeel, het prikkelt me zelfs om me er meer in te verdiepen, maar het is enigszins frustrerend.

Om kwart voor acht begonnen, om half zes/zes uur klaar. Een dag vol met (positieve) indrukken, vol met nieuwe dingen, met redelijk wat frustraties, maar ook met een drang om het goed te willen doen. Als je denkt dat deze hoeveelheid tijd per dag bezig zijn genoeg is en ik thuis lekker op m'n luie krent op de bank kan gaan zitten, dan kom je bedrogen uit. Thuis gekomen is het na het eten weer aan de slag: OK's die voorbereid moeten worden, begrippen en ziektebeelden die je moet kennen, verslagen die getypt en presentaties die gemaakt moeten worden (al valt dat gelukkig nu wel mee)...en dat terwijl je toch ook echt nog eens wat tijd met God, familie, vriend en vrienden door wilt brengen, of ze in ieder geval een vorm van aandacht wil geven. En oh ja, ontspannen, wat tijd voor mezelf, das misschien ook wel handig. Uiteraard moeten er ook nog wat uurtjes slapend in bed doorgebracht worden, waarbij ik de laatste tijd zelden nog de benodigde acht uurtjes haal.

Soms vraag ik me af waar ik het allemaal voor doe, waarom ik me in vredesnaam zo kapot werk (en dat ook nog zonder er een cent voor te krijgen). Ok, ik begrijp van veel co-assistenten dat ze 's avonds weinig meer doen, sommigen zelfs nooit een OK voorbereid hebben, maar dat kan ik gewoon niet. En dus ga ik door, ook al lijkt het soms alsof het allemaal wat te veel wordt. Maar dan sta je op de OK en dan zie je een erg interessante operatie, kom je op de polikliniek of elders in het ziekenhuis een fascinerend ziektebeeld tegen, heb je een mooi gesprek met een patiƫnt..en dan weet je weer waar je het voor doet, en besef je dat hoe moe je ook bent, en hoeveel stress je ook hebt van alles, je het voor geen goud op zou willen geven, dat het is wie je bent en wie je wilt zijn. Geneeskunde, what else.
 
 
ingridairam
05 December 2009 @ 04:15 pm
De Adventstijd is weer begonnen. Afgelopen zondag was de eerste zondag van de Advent, aankomende zondag de tweede zondag. In totaal vier zondagen voor Kerstmis, waarbij we ons voorbereiden op dit feest, op de komst van Christus.

Als ik zo om me heen kijk de laatste tijd dan lijkt het er op dat men zich hier inderdaad voor aan het klaarmaken is. Maar wat zie je daadwerkelijk? Kerstbomen, kerstballen, kerstman, cadeautjes, ladingen voedsel, de meest uitbundige kerstverlichting. Het kan niet gek genoeg.

Maar waar is Christus? Ik ben vandaag even snel wezen kijken voor kerstkaarten. In tegenstelling tot voorgaande jaren wil ik dit jaar graag kerstkaarten met ook daadwerkelijk iets van kerst er op, met de inhoud er van, niet alleen met al deze uiterlijkheden. Vergis je niet, ik vind al deze dingen ook erg fijn en leuk (en als je wat op internet zoekt kan je ook in deze uiterlijkheden symboliek naar het Christendom vinden), maar de inhoud lijkt steeds meer uitgehold. Je raadt het al, zo gemakkelijk zijn dergelijke kaarten niet te vinden. En als ze al te vinden zijn ligt de prijs boven mijn budget. In een krantenbericht dat ik deze week las, stond dat er steeds minder kerststallen verkocht worden. Men vindt het of simpelweg niet belangrijk meer, of men weet gewoon niet meer dat met Kerst de geboorte van Christus wordt gevierd.

De wereld lijkt Christus niet meer te (willen) kennen. Hij is voor ons in de wereld gekomen, maar wij erkennen dat niet. De evangelist Johannes had het al treffend neergezet :
1. In het begin was het Woord; En het Woord was bij God,
2. En het Woord was God;
3. Alles is door Hem ontstaan; En zonder Hem is niets ontstaan.
4. In wat bestond, was Hij het leven, en het Leven was het licht der mensen;
5. Het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan.
6. Er kwam een mens, van God gezonden; Johannes was zijn naam.
7. Hij kwam tot getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat allen door hem zouden geloven.
8. Hijzelf was niet het Licht, maar hij moest getuigen van het Licht.
9. Het waarachtige Licht, dat alle mensen verlicht, kwam in de wereld.
10. Hij was in de wereld, en ofschoon de wereld door Hem was ontstaan, erkende de wereld hem niet.
11. Hij kwam in zijn eigen bezit; Ook de zijnen ontvingen Hem niet.
12. Maar aan allen, die Hem ontvingen, gaf Hij de macht, Gods kinderen te worden: aan allen, die in zijn Naam geloven.
13. Die niet uit bloed, noch uit de wil van vlees of man, maar die uit God zijn geboren.
14. Het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond! En wij hebben zijn glorie aanschouwd: een glorie als van de Eengeborene uit de Vader, vol van genade en waarheid.

In Zijn eigen tijd werd hij al niet (h)erkend, hij werd zelfs gekruisigd door degenen voor wie hij in eerste instantie kwam. Qua kennis weten wij misschien meer dan Zijn tijdgenoten, we hebben immers de overleveringen van velen. Maar erkennen wij Hem eigenlijk wel? Staan wij eigenlijk wel open voor Hem? Of vieren we net als ieder ander Kerst omdat het gezellig is, maar is ondertussen Christus een ongenode gast op Zijn eigen feest?

Laten we deze Adventstijd gebruiken om eens na te denken over Christus: Wie was Hij, waarom is Hij in de wereld gekomen, en wat betekent dat voor ons en ons leven? Is ons hart daadwerkelijk open voor Hem, of staat Hij ook bij ons tevergeefs op de deur te kloppen?


Latijnse en Nederlandse tekst Rorate Caeli
 
 
ingridairam
02 December 2009 @ 10:10 pm
Hoewel ik in m'n hoofd meerdere dingen heb om te typen, zal de volgende post waarschijnlijk pas komend weekend zijn. Dit omdat ik momenteel even genoeg anderen dingen aan m'n hoofd heb. Nog even een paar dagen geduld dus ;)
 
 
ingridairam
Vervolg op deel 2: adolescentie ofzo.

Dit alles heeft echter niet een vuur doen aanwakkeren. Ja, de katholieke kerk was me dierbaar, ik was er thuis, maar hoe en wat, en waarom, dat had je me toen niet moeten vragen. Eigenlijk een beetje als een liefde voor iemand: je vindt die ander mooi en leuk, en voelt je aangetrokken tot die ander, maar waarom, daar heb je lang niet altijd een idee van.

Tot Palmzondag 2007. Het bisdom Groningen Leeuwarden organiseerde een Palmzondagweekend voor de jongeren. Inmiddels was er zoals in de vorige twee stukken te lezen toch iets van een vlammetje aan het wakkeren, een nieuwsgierigheid die tot dan toe eigenlijk behoorlijk weggestopt was en aan het dringen was om naar buiten te komen. Ik besloot om me op te geven, niet wetend wat mij te wachten stond.

Het bleek een prachtige ervaring te zijn: samen eten met andere katholieke jongeren, samen bidden, een uitleg over een Bijbeltekst door de jongerenwerker…dit alles kende ik niet. Als nieuweling werd ik met open armen ontvangen, werd ik opgenomen in de groep, als een zuster zou je kunnen zeggen. Alleen dit al heeft een diepe indruk achter gelaten.
Maar dit was slechts bijzaak bij de andere ervaring: Eucharistische Aanbidding en Biecht. Twee dingen die mij totaal onbekend waren. Ok, de Biecht niet echt, maar die kende ik alleen van de verhalen van mijn ouders en oma, en dan vooral in negatieve zin. Of ik toen ook al het besef had dat Christus daadwerkelijk aanwezig was in de Hostie weet ik niet, maar dat ik die Aanbidding als bijzonder ervaren heb dat weet ik nog wel. Momenten van stilte, afgewisseld met een aantal liederen, een manier van Aanbidding die mij tot op de dag van vandaag nog steeds raakt.

En ja, toen zat ik daar, in de bank. Er was van te voren een inleidend praatje over de Biecht gehouden, en ik zag dat de een na de ander ging biechten. En ik wist het niet, ik wist niet wat ik moest doen. Want ja, wat moest ik zeggen, hoe wist ik wat ik fout had gedaan, en zou ik het wel durven, wat zou de priester wel niet van me denken. Toch ben ik op een of andere manier uit de bank gestapt en ben ik voor het eerste in m’n leven – ik was toen negentien – gaan biechten.

En het was fijn. Ok, het ging behoorlijk hakkelend allemaal, en zo terugkijkend heb ik toen ook een heleboel vergeten te zeggen. Maar het was een begin, een eerste keer. Het voelde alsof ik begonnen was met een opruiming, een opruiming die nog wel even tijd nodig zou hebben.

Thuis gekomen van dit weekend zat ik vol gedachten en emoties van deze bijzondere ervaringen. Het vlammetje was duidelijk aangewakkerd en voorlopig nog niet van plan om uit te doven.

Wordt vervolgd door deel 4: de basics herontdekken
 
 
ingridairam
Vervolg op deel 1: kinderjaartjes

Zo ging het een aantal jaren door: regelmatig bidden, een keertje per maand naar de kerk, catechese tot aan mijn Vormsel, maar praten over God, praten over wat het geloof kan betekenen, nee, dat was niet echt iets wat een deel van mijn dagelijks leven was.

Ja, op een of andere manier was ik soms toch trots om katholiek te zijn, wanneer er bijvoorbeeld een katholiek feest was of toen we met school in Rome kerken gingen bezoeken. Maar natuurlijk niet wanneer het ging over de leer van de kerk. Niet dat ik daar toen nou zo bekend mee was, maar wanneer zulke dingen ter sprake kwamen dan was ik daar natuurlijk niet voor, ik had toch immers m’n eigen verstand, en ik was toch ook echt gewoon normaal. Een houding waar ik toen eigenlijk prima mee kon leven, een houding die was zoals de houding van de mensen om me heen.

Een half jaar na mijn Vormsel overleed mijn opa, na een ziektebed van twee/drie weken. Hij was een erg gelovig man als ik mijn ouders mag geloven, maar wel met vele keerzijden daarbij. Op een of andere manier voelde ik daarna de drang opkomen om iets voor de kerk te gaan doen. Dat wilde ik eigenlijk al langere tijd, maar het was er nooit echt van gekomen. Maar toen mijn opa overleed besefte ik dat ik niet steeds dingen uit kon stellen. En zo ben ik lectrice geworden. Als kind had ik al vaker lezingen gedaan in de kerk: bij gezinsvieringen (al hadden we er daar niet echt veel van), na de kinderwoorddienst wanneer we op de ster voor het altaar ons verhaal mochten vertellen en eigenlijk altijd een gebedje deden, en bij mijn Vormsel. De lezing bij dat laatste was – terugkijkend – eigenlijk een best toepasselijke tekst: over de kerk als lichaam met haar vele ledematen.
Anyway, ik werd dus lectrice, wat inhield dat ik eens in de maand/twee maanden diende tijdens de Mis, waarbij ik de eerste en tweede lezing en de voorbeden deed, de Hosties uit het Tabernakel haalde en Communie uitreikte. Een taak die ik met veel plezier deed, al had ik de eerste paar jaren niet het besef van de Eucharistie wat ik nu heb. Me eerbiedig gedragen in de Mis was iets wat voor mij toch wel vanzelfsprekend was, ik hield er niet van wanneer mensen zich luidruchtig en zonder respect voor de plek waar ze waren gedroegen.

Dit alles heeft echter niet een vuur doen aanwakkeren. Ja, de katholieke kerk was me dierbaar, ik was er thuis, maar hoe en wat, en waarom, dat had je me toen niet moeten vragen. Eigenlijk een beetje als een liefde voor iemand: je vindt die ander mooi en leuk, en voelt je aangetrokken tot die ander, maar waarom, daar heb je lang niet altijd een idee van.

Wordt vervolgd door deel 3: Palmzondagweekend 2007
 
 
ingridairam
Kattekliek heeft haar vijfdelige verhaal over haar terugkomen tot het katholieke geloof online gezet. Onder andere op haar verzoek hierbij mijn verhaal, die waarschijnlijk niet zo spectaculair zal zijn als die van haar of als sommige andere getuigenissen, en mogelijk iets langdradiger. Maar toch, elk getuigenis is er een toch?

Voor de helderheid begin ik zelf bij m’n jeugdjaren. Een priester heeft me ooit gezegd: schrijf eens je levensverhaal op, en zie dan waar God in je leven aan het werk is geweest. En dat doe ik dus maar, sort of.
Iets meer dan een maandje na m’n geboorte werd ik gedoopt, op m’n zevende Eerste Heilige Communie gedaan en op m’n vijftiende het Heilig Vormsel ontvangen. Mijn ouders hebben allebei een katholieke opvoeding gehad – zeg maar gerust dat ik in een katholieke familie geboren ben - en hebben hun kinderen daar ook en ander van mee proberen te geven. Voor het eten werd er altijd gezamenlijk gebeden, evenals voor het slapen gaan. Ik weet nog wel hoe ik op een avond vrij boos ben geworden op m’n moeder omdat ze dacht dat ik al sliep en me dus niet geroepen had om te gaan bidden samen met m’n broertjes.

M’n moeder (ik meende m’n vader ook een tijdje) was een van de ouders die eens in de zoveel tijd de kinderwoorddienst verzorgde. Zodoende zat ik in ieder geval op die zondagen in de kerk, maar veel van de overige weekenden eigenlijk ook wel. Wat ik er, naast de kinderverhalen, allemaal daadwerkelijk van meegekregen heb toen weet ik niet, maar de kerk is eigenlijk altijd een plaats geweest waar ik toch iets van thuis was. In de loop van de jaren werd het kerkbezoek voor mij echter wel wat minder, gezien de judotoernooien die ik wel eens op zondag had, maar ook door speciale trainingen op de zondag (eerst 1 keer per 3 weken, later 2 keer per 3 weken) van twaalf tot twee uur. Na m’n Eerste Communie heb ik tot het einde van de basisschool kindercatechese gevolgd, waar ik eigenlijk bijna alleen maar goede herinneringen aan heb. Hoe leuk ik het vond om samen met een aantal meiden vooraan bij de piano te staan en de middag met een lied uit de rooie bundel (gezangen voor liturgie) te beginnen terwijl pastoor het begeleidde op de piano, om daarna in kleinere groepjes uiteen te gaan om je te verdiepen in een aantal verhalen. Als ik het me goed herinner was er per groep ook een gebedenboekje, dat elke keer aan iemand anders van het groepje meegegeven werd, die dan een gebedje er in moest schrijven wat de keer daarop gebeden werd. Een mooi gebruik vind ik zelf. Elk jaar op Tweede Kerstdag was er een gezinsviering, waarbij het kerstverhaal uitgebeeld werd middels een toneelstuk. Mijn mooiste rol was toch wel die van Maria, waarbij ik een echte baby vast mocht houden, die natuurlijk Kindeke Jezus voor moest stellen.

Mijn ouders hadden mij op een katholieke basisschool geplaatst, wat naar mijn idee het katholieke best weg zou mogen halen, op veel punten in ieder geval. Katholiek onderwijs? Nee, het katholieke bestond eigenlijk alleen uit het een keer per jaar met de hele school naar de Kerk gaan voor een openingsviering, tijdens de Advent elke dag een kaarsje en een gebedje en natuurlijk een kerstspel. Maar verder? Van de paar dingen die ik me herinner uit die tijd was ik een van de weinigen die iets van de Bijbel wist, soms zelfs meer dan de leerkrachten, en werd ik daarnaast gepest onder andere omdat ik katholiek was. Daar snap ik tot op heden nog steeds geen snars van.

Wordt vervolgd door deel 2: adolescentie, ofzo
 
 
ingridairam
12 November 2009 @ 10:29 pm
Dit weekend ben ik afwezig in verband met een retraite.

Voor nu een prachtige uitvoering van een prachtige hymne:


Allemaal alvast een fijn weekend gewenst!
 
 
ingridairam
10 November 2009 @ 09:23 pm
Omdat ik merk dat een aantal protestantse vrienden van me (en mogelijk ook andere mensen die het zich afvragen, maar geen reactie achterlaten) niet goed snappen wat ik bedoel met Aanbidding, Eucharistie, Communie en alles wat daar mee te maken heeft, ga ik proberen dit een beetje uit te leggen. Let wel, ik ben maar een leek, dus lieve katholieke lezers, wees niet te hard voor me als ik niet geheel de juiste woorden gebruik (maar me vriendelijk corrigeren mag natuurlijk).

Allereerst is de God van de protestanten ook de God van de katholieken. Punt. We zijn allemaal Christenen, en geloven dus dat Christus de Zoon van God is die voor onze zonden is gestorven, opdat wij eeuwig zouden kunnen leven. Iedereen kan op elk moment dat hij wil, of het nou thuis is, op de fiets, op school, op het werk, in de kerk of waar dan ook met God in contact komen, tegen Hem praten, hem gedag zeggen. God is altijd aanwezig, het meeste nog in je eigen hart.

Wie echter wel eens in een katholieke kerk is geweest, zal daar ongetwijfeld het priesterkoor hebben gezien. Het middelpunt daarvan is het Tabernakel (in ieder geval, wanneer je niet net helaas een kerk hebt getroffen waar ze het Tabernakel aan de zijkant geplaatst hebben). Bij het Tabernakel in de buurt brandt ook vaak een lichtje. Euhm ja, zal je nu misschien zeggen, en wat is daar zo speciaal aan? Het speciale is, dat Onze Lieve Heer daar aanwezig is, letterlijk, tastbaar. En het lichtje zegt aan de mensen dat Hij, Christus, ons Licht, daar daadwerkelijk aanwezig is.

Maar hoe kan dat dan wanneer hij altijd en overal aanwezig is? Hoe kan hij dan ergens tastbaar aanwezig zijn? Tijdens de Mis, tijdens het Eucharistisch gebed, tijdens de Consecratie zoals dat genoemd wordt, wanneer de priester namens Christus spreekt (waar hij voor gewijd is), verandert door de uitstorting van de Heilige Geest het brood en de wijn die op het altaar liggen, in het Lichaam en Bloed van Christus (transsubstantiatie, kan je mooi op googlen ;)). Het is niet louter symbolisch (hoe diepgaand ook), het is niet louter dat je Christus binnenkrijgt naast het brood dat je ontvangt, je ontvangt bij de Communie echt Christus zelf. Daarom zijn er ook vele mensen die neerknielen bij het ontvangen van de Communie: tegenover God ben je toch zo klein, voor God kniel je neer omdat hij zoveel groter is dan wij. Dat op de tong ontvangen geeft er eigenlijk nog een extra dimensie aan: wij laten ons voeden door Christus, als een kind. Wij zijn afhankelijk van Hem. Het is – in mijn ogen – in een teken van nederigheid om én neer te knielen én op de tong te ontvangen (wat overigens niet wil zeggen dat het van geen eerbied getuigt als je het niet doet).

De Hosties die over zijn na de Mis worden zorgvuldig bewaard: elke Hostie is immers Christus, elk deeltje van de Hostie is Christus, en Christus gooi je natuurlijk niet weg. Daarom wordt Hij zorgvuldig opgeborgen in het Tabernakel. Iemand die dus besef heeft van wat het Tabernakel betekent, Wie er in zit, iemand die enig besef heeft van de Eucharistie, zal dus knielen of buigen als hij langs het Tabernakel loopt, omdat je anders zonder er aandacht aan te schenken voorbij God loopt.

Wat hieruit voortgekomen is, uit eerbied voor de Eucharistie, voor het Allerheiligst Altaarsacrament zoals het ook wel genoemd wordt, uit eerbied dus voor Christus, is de Aanbidding. Een geconsacreerde Hostie (Lichaam van Christus dus), wordt in een monstrans geplaatst (een speciale houder zeg maar), zodat eenieder Christus kan zien, en Hem kan aanbidden. Zoals gezegd, dat kan ook gewoon, daar heb je op zich geen kerk voor nodig. Maar Christus is op deze manier echt ontzettend dichtbij, speciaal aanwezig. En dat heb ik ook meermalen mogen ervaren. Als ik in de Kerk zit, of Onze Lieve Heer nou uitgesteld is (dat is met de monstrans) of niet (in het Tabernakel zit), voel ik rust, omdat ik weet dat Hij er is, zo ontzettend dichtbij. Alsof ik een vriend naast me heb zitten, alsof ik recht tegenover Onze Heer zit. En bij het ontvangen van de Communie word ik even één met Christus, wat me nog steeds geregeld rillingen bezorgd, wat mijn hart nog steeds sneller doet kloppen.

Ik besef dat voor veel protestanten, en vast ook voor anders-gelovigen, dit vreemd klinkt, ongelooflijk eigenlijk. In de Heidelbergse Catechismus wordt het zelfs als vervloekte afgoderij bestempelt (wat ik vanuit dat oogpunt gezien best kan begrijpen, al ben ik het er dus duidelijk niet mee eens). Ik weet gewoon dat het Christus is, ik geloof gewoon dat dit is wat de Bijbel zegt zoals het is, ik weet dat de eerste Christenen dit zo opvatten, en ik geloof met heel mijn hart en met het grootste gedeelte van mijn verstand dat Christus daadwerkelijk aanwezig is onder de gedaante van brood en wijn. En dat is een prachtig en wonderbaarlijk geschenk.

(Hier zitten nog veel meer aspecten aan verbonden, maar ik denk dat dit een redelijke basis is).

 
 
ingridairam
09 November 2009 @ 09:02 pm
Een jaarlijks terugkerend evenement: de Katholieke Jongerendag. Vorig jaar voor het eerst naar toe geweest, en dit jaar - na lang wikken en wegen - toch besloten weer te gaan. Dit betekende dat ik om kwart voor zeven op centraal station Groningen moest zijn, en we net op tijd (net als vorig jaar, en als ik verhalen mag geloven, ook de jaren ervoor) in 's Hertogenbosch waren voor de opening. De muziek zelf was niet geheel mijn smaak, maar de sfeer was vanaf het begin af aan erg goed.



Een aantal sprekers die in gingen op het thema van de dag: "Durf te leven". De getuigenis die mij het meeste raakte was die van Marius: hoe hij God vond op het moment dat zijn leven aan een zijden draadje hing. Hij heeft jouw het leven gegeven, ben jij bereid om het terug te geven aan God zodat hij de regie over jouw leven weer over kan nemen, om het zo vele malen mooier te kunnen maken? Maar ook de getuigenis van Leo Feijen heeft me wel iets gedaan: je overgeven aan een ander, om kwetsbaar te kunnen zijn. Dat je juist mooi en sterk bent op het moment dat je zwak ben (hm, was daar niet ook een bijbelcitaat van?).

Deze opening werd gevolgd door een apart programma voor tieners en eentje voor jongeren. De jongeren kregen een verhaal te horen over man en vrouw: gelijkwaardig, maar niet gelijk. Het begin leek leuk, met een paar anekdotes. Maar helaas bleven ze hangen. Op zich een ontzettend mooi en interessant thema, dat naar mijn idee echter wat aan de oppervlakte bleef hangen en niet echt uit de verf kwam. Aangezien er ook een infomarkt was waar allerlei organisaties zich presenteerden, en Onze Lieve Heer altijd aanwezig was in het de Kapel, besloot ik daar de rest van mijn ochtend door te brengen. Erg leuk om kennis te maken met allerlei katholieke organisaties, voor ieder wat wils eigenlijk. Ondertussen kom je dan nog wat bekenden tegen, die je natuurlijk even gedag moet zeggen.

En net toen ik naar de Kapel wilde gaan om OLH even gedag te zeggen, werd Hij binnengedragen voor een moment van Aanbidding in de grote zaal. Neergeknield aan de rand van de zaal, en genoten van het moment, soms ondersteund door wat muziek (zoals onderstaand lied), soms door een prachtige stilte.

Ik denk dat dit voor mij toch een van de mooiste momenten van de dag was. Op een gegeven moment kwam er een broeder (zo stelde hij zich later voor, maar volgens mij is hij inmiddels een pater) van de St. Jan naast me zitten. Na afloop van de Aanbidding raakten we wat aan de praat, en deze ontmoeting heb ik als toch wel bijzonder ervaren. Iemand met zo'n liefdevolle uitstraling, hartelijk, gewoon kennismakend met een totaal onbekende die naast hem zit. Het klinkt misschien heel stom, maar het heeft me wel geraakt.

Overigens was het sowieso bijzonder om zoveel verschillende religieuze ordes aanwezig te zien, met vaak ook nog hele jonge mensen, allemaal in habijt (de grote uitzondering waren de dominicanessen: veelal oudere vrouwen in normale kleding). En ontzettend veel jonge priesters, wat vooral bij de Eucharistieviering goed te zien was. Een ontzettend krachtige getuigenis.

In de middag waren er workshops, waar ik even gezeten heb bij die over lijden, en dan in relatie tot het geloof. Op zich interessant, maar doordat het tempo voor mij wat te laag lag en mijn hoofd er eigenlijk toch niet echt naar stond, ben ik nog even een en ander gaan opzoeken voor Bootcamp en de studentenparochie, twee boekjes gehaald ("Het is de Heer" en "Ware liefde"), even in de kapel langs, en daarna een plekje gezocht voor de Eucharistieviering.

Dat laatste was - net als vorig jaar - erg mooi gedaan: de liederen waren goed, liturgie was netjes, en de sfeer was aangenaam. Vooral een prachtig moment om te merken dat er in verhouding met vorig jaar veel meer mensen waren die knielden tijdens het Eucharistisch gebed, en meerderen OLH op de tong ontvingen. Echt bijzonder. Persoonlijk doet een dergelijke Mis op zich minder met me dan bijvoorbeeld een latijnse normale Mis of een Tridentijnse Mis, maar ik kan me heel goed voorstellen, en ik weet ook, dat dit voor veel jongeren meer voor hun spreekt. En het kan ook, het is een nette, goede Mis, en zolang het opstijgen naar God, het raken van Hemel en Aarde niet vergeten wordt, moet het in mijn ogen ook zeker een mogelijkheid blijven.

En toen was het tijd om weer naar het hoge noorden te gaan. Onderweg nog gestopt voor het avondeten, en daarna doorgereden. Half elf thuis gekomen, na een lange, maar mooie dag. Samen zijn met zoveel andere katholieke jongeren, van verschillende leeftijden en achtergronden. Volgend jaar toch maar weer.
 
 
 
 

Advertisement

Customize